Jakarta, dag 4

Onze laatste dag in Jakarta. We laten ons het ontbijt weer prima smaken. Vandaag gaan we op museumtour. Maar voordat we vertrekken checken we uit. We hebben vanavond de vlucht naar Bali en geven de bagage in bewaring.

We rijden met de taxi richting het nationale museum.

Er is een grote marathon in Jakarta en de wegen rond Monas zijn daarom vandaag autovrij. We kunnen niet met de taxi bij het museum komen. Het laatste stukje lopen we. Er zwoegen nog lopers over de weg. Iedereen die nu nog niet binnen is loopt op zijn/haar laatste loodjes zien we. Vermoeidheid en zeker ook de hitte spelen parten. Het is al erg benauwd rond de klok van 10. Knap wie de finish van de marathon nog haalt!

Het nationaal museum ligt tegenover Monas.

Het herbergt nationale schatten, verhaalt over het ontstaan van de mensheid en de geschiedenis van de diverse bevolkingsgroepen in Indonesië. Het vier verdiepingen tellende museum heeft op de bovenste verdieping schatten van goud en keramiek. Die zijn de moeite van het bekijken waard maar mogen niet op de foto. De eerste drie verdiepingen zijn aardig, maar niet indrukwekkend.

Het is ongelooflijk rumoerig in het museum, grote groepen schooljeugd bevolken de zalen. Niet geïnteresseerd in de museumschatten maar allemaal geobsedeerd door selfies, selfies en nog meer selfies. Eerlijk gezegd, het is storend. Met een uurtje staan we weer buiten.

We zijn toe aan koffie en lopen over de brede achtbaansweg zonder verkeer naar de wat verderop gelegen Starbucks. Het heeft wel wat een autoloze zondag hier.

Tijdens de koffie zien we dat het verkeer weer toegelaten wordt op de weg en de laatste marathonlopers die de finish nog niet hebben gehaald sukkelen al snel in de uitlaatgassen.

Ons volgende doel is het wajangmuseum in Kota Tua. Op deze zondag is het rond het Fatahilahplein een gezellige drukte.

Het wajangmuseum is gehuisvest in de twee Hollandse grachtenpanden aan het plein en lijkt wat in verval.

Het museum, geopend in 1975, heeft een collectie van verschillende soorten wajang, zoals wajang koelit en wajang golèk. Het toont ook verschillende collecties van wajang en poppen uit landen als Maleisië, Thailand, Suriname, China, Vietnam, Frankrijk, India en Cambodja. Het museum toont ook gamelansets, wajangsculpturen en wajangschilderijen.

Het verval van buiten heeft zich ook verplaatst naar binnen. De vitrines zijn gedeeltelijk onverlicht en menig raam mag wel een sopje hebben. De poppen staan er wat stoffig bij. Het poppen- en masker museum op Bali is veel meer de moeite waard. Wat onverwacht leuk is, is dat er in het midden van het museum grafstenen staan van Hollandse overleden helden. Jan Pieterszoon Coen de stichter van Batavia heeft hier zijn laatste rustplaats gehad. In het verleden stonden op de plaats van het museum achtereenvolgens de oud Hollandse kerk en later de nieuw Hollandse kerk.

In cafe Djakarte laven we ons nog een keer alvorens naar het hotel terug te keren.

We nemen rond drie uur een taxi richting vliegveld. Er zijn wat files voor de tolpoorten, maar verder rijdt het vlot door. Om half 8 stijgen we op richting huis.

Blijft over de vraag: is Jakarta het bezoeken waard?

De stad is overwegend rommelig, sloppen staan overal tussen de bebouwing in, de stad heeft veel smog, het verkeer is een grote file. De bezienswaardigheden die we bezocht hebben zijn de moeite waard. De erevelden die in Jakarta zijn hebben we (nog) niet bezocht.

Er wordt hard aan de weg getimmerd. Het oude Batavia heeft al renovaties ondergaan en wanneer de projecten aan o.a. de Kali Besar klaar zijn, is er veel gerenoveerd Nederlandse glorie te bezichtigen. Wij kozen Jakarta om o.a. een duik in de Nederlandse geschiedenis van Batavia te nemen. We hebben, voor nu, gezien wat we wilden zien.

Please follow and like us:

Reageren is niet mogelijk