Jakarta, dag 3

Onze derde dag vandaag in Jakarta. We gaan naar Glodok en naar Ancol. Twee uiteenlopende bestemmingen.

In de Chinese wijk Glodok is veel te zien. Er zijn smalle straatjes waarboven rode lampionnen bungelen. Het is de grootste Chinese wijk in Indonesië en misschien ook wel ter wereld.

Het is hier een en al bedrijvigheid. Glodok komt van het Sundanese woord ‘Golodog’ wat ‘ingang van een huis’ betekent.

De taxichauffeur kijkt ons vragend aan. Naar Chinatown? Hij moet eerst met z’n collega’s overleggen waar hij ons af zal zetten. In 10 minuten rijden we er naar toe en belanden meteen in een rommelig gebeuren. Lopend door de straten en stegen zien we voornamelijk marktstallen en winkeltjes waar van alles te koop is. Het aanbod varieert van horloges tot kikkerbillen en van varken tot zeekomkommers.

Het is bloedheet onder de dekzeilen die boven de gangen hangen en al snel zijn we doorweekt. Het is een totaal andere Chinese wijk dan bijvoorbeeld in Singapore of Bangkok.

Op internet hadden we gelezen dat er Boedhistische tempels in de wijk zijn. Altijd leuk voor een bezoek. We vinden de tempels. Het lijkt of de crèche op het pleintje voor de tempel haar onderkomen heeft en dat de bijbehorende ouders op matten in de hoek liggen te niksen.

De tempels zijn net als de wijk rommelig en van een serene sfeer is geen sprake. Kort gezegd een slap aftreksel van tempels die we eerder hebben bezocht. We zijn er vrij snel klaar.

We lopen door gang Gloria waar eetkraampjes de dienst uitmaken. De keukentjes van deze kraampjes zien er uit alsof je meteen buikloop gaat krijgen.

De kerstwinkel is natuurlijk een bezoekje van binnen waard. De Chinese kerstversiering puilt van kitscherigheid de winkel uit evenals de kunstbomen- en bloemen. Leo vindt dat onze koffertjes al vol zitten, dus staan we even later weer buiten.

Dierenleed genoeg op de matkt. Duiven opgepropt in hokjes, 2 uiltjes die naargeestig op een box met vogels zitten, konijnen opgepropt in gazen hokjes, muizen en waterschildpadden in kleine bakken en zo kunnen we even doorgaan. Voor de lekkerbekken onder ons: er zijn kikkers te koop, evenals ontvelde kikkers, zeekomkommers en andere voedingsmiddelen die voor ons onbekend zijn. De slager heeft een rijdende winkel op zijn fiets en bij de buurman koop je iets ondefinieerbaar van witte vellen met sambalsaus en gebakken uitjes.

Na een kleine twee uur vinden we het in de Chinese wijk welletjes. De taxi brengt ons naar Ancol. Langs de noordkust van de stad is een amusementspark gebouwd met wandelboulevards en vermaak. We zijn wel toe aan een loungebank om het gebeuren hier op ons in te laten werken. Foute gedachte, een houten klapstoel en een flesje pulpy dat is wat er te vinden is. Later zien we dat er verderop veel meer eet- en drinkgelegenheden zijn. De entree voor Ancol is rp 25.000 p.p. We lopen een stuk langs de kust onder de kabelbaan.

 

De kermisattracties laten we voor wat het is. We ontkomen niet aan selfiemomenten met recreërende families en vriendinnen.

Ze hebben allemaal hun matten meegenomen en hebben zich op de kleine stukjes zandstrand, a la Scheveningen bij top dag, een plekje veroverd. De bezem mag niet ontbreken, menig zandkorreltje wordt meteen verwijderd.

In de loop van de middag brengt een taxi ons terug. Mopperend over de files stuurt hij de wagen door obscure straatjes en wil ons daarna nog even parkeergeld afhandig maken. No way, parkeren bij het hotel is gratis de eerste tien minuten. Dus afzetten en wegwezen. Inmiddels vallen de eerste regendruppels.

Please follow and like us:

Reageren is niet mogelijk