Heilig water in een prachtige omgeving, Sebatu

Aansluitend aan de rijstveldwandeling, waar we gisteren over schreven gaat onze tocht ten noorden van Ubud verder. We keren de auto en rijden noordwaarts. We komen bij cafe Dewi in Tegallalang weer op de doorgaande weg en besluiten de smalle binnendoor weg te nemen welke langs cafe Dewi loopt. Deze prachtige binnenweg voert ons langs “jungleachtig” groen en nog meer sawah’s. Ook passeren we het dorp waar de grote houten Garuda’s worden gemaakt (zie info bij de link hieronder). De weg is smal en bij tegenliggers is het soms even manouvreren, maar iedereen houdt rekening met elkaar. We rijden door tot de kruising van Sebatu, steken over en zien daar het prachtige complex van de tempel, Guniung Kawi Sebatu liggen. We zijn hier al een aantal malen geweest. Met name het zicht bovenaan de weg op het complex bendeen in het groen blijft fascinerend.

Wie meer wil lezen over deze tempel en de uitstapjes die je daar in de omgeving kunt maken, kijkt even op de volgende blogartikelen.

https://wijwonenopbali.wordpress.com/2015/12/08/gunung-kawi-sebatu-in-tampaksiring/

http://www.wijwonenopbali.com/gunung-kawi-sebatu-in-tampaksiring/

http://www.wijwonenopbali.com/gunung-kawi-sebatu-en-made-ada-leuke-rit/

Overzicht tempelcomplex Gunung Kawi Sebatu:

Dit tempelcomplex, niet te verwarren met de rotsgraven van Gunung Kawi, met bijna dezelfde naam, heeft heilige baden waar de lokale mensen zich kunnen reinigen. We bezoeken de tempel vandaag niet maar rijden iets verder door naar Sebatu waar de heilige bron Genah Melukat ligt.

De heilige bron wordt spirituele krachten toegedicht. Wanneer men onder de lage bron (kleine waterval) gaat staan en het water wordt troebel, dan heeft dat te maken met negativiteit in je lichaam. Men moet dan net zolang baden tot het water helder wordt en de negativiteit uit het lichaam vloeit. Er wordt ook gemeld dat vrouwen die onvruchtbaar zijn en graag kinderen willen zich hier kunnen reinigen om zo hun kans op vruchtbaarheid te vergroten.

Er zijn heel wat treden af te dalen alvorens bij de eerste bronnen aan te komen.

Bij de eerste bronnen zitten twee gezichten op de rotsmuur. Het zullen heilige hindoefiguren zijn, ik kan de betekenis ervan niet vinden. We lopen verder omlaag via de ongelijke traptreden en denken nog even niet aan het klimmetje omhoog. Het is vochtig en klam, maar wel helder stralend weer, waarbij de zon prachtig licht schijnt tussen het bamboe en gebladerte door.

Aam het eind van de trap ligt de tweede tempel met de heilige bronnen. Het complex wordt schoon geveegd door een oudere man. Hij vertelt dat dit zijn werk is. Na zijn vragen waar woon je, uit welk land kom je en heb je kinderen, vertelt hij dat hij alleen is en geen kinderen heeft. Later zie ik achter de bronnen aan de rivier een huisje staan. Wellicht woont hij daar. Een westerse vrouw met haar guru zijn aan het baden. Hij doet aan handopleggingen op haar hoofd en begeleidt haar door de twee bronnen. Aan het eind van hun badsessie staan ze aan de kant te mediteren, waarbij de guru een enorme grote edelsteen op zijn voorhoofd hangt, ter hoogte van het derde oog.

Het is op het moment dat wij er zijn niet druk bij de bron. Rond volle maan komen veel lokale mensen zich reinigen bij de bron. Bij de tempel liggen veel offermandjes. De “bronbewaarder” scharrelt wat bij de mandjes en haalt er ramboetans en bananen uit. Kom zegt hij en hij wijst op een bank, ga daar maar even zitten. Hij brengt ons het fruit en glimlacht van oor tot oor. Cantik zegt hij terwijl hij in m’n arm in het blanke vel knijpt. Jaja, zo is het wel genoeg. We lachten en willen hem een kleine geldelijke bijdrage geven. Die weigert hij. Hij wijst naar m’n zilveren armband. Dat lijkt hem wel wat. Mooi zegt hij, die wil ik wel hebben. Jaja, dat zal wel, maar dat feestje gaat niet door. We peuzelen het fruit op en kijken nog even bij de rivier. Het is hier een mooie serene plek.

De heilige bronnen.

Langzaam aan klimmen we weer omhoog. We lassen halverwege even een adempauze in. Het zweet gutst naar beneden. Bij de eerste bron is inmiddels een echtpaar aan het offeren. We kijken even toe.

We lopen boven door naar een warung, dicht bij de parkeerplaats. Op het bord staat dat er een terras is met uitzicht over de vallei. Echter de entree van de warung wordt geblokkeerd door drie venijnig blaffende honden. Er is geen mens te bekennen. We laten de warung voor wat het is en rijden door naar warung d’Atas in Ubud. Daar kunnen we kort over zijn, de entree met vrolijke biggen is leuk, maar het eten is smakeloos en slecht. Daar komen we voorlopig niet weer. Helaas, want het is een leuke uitspanning. Maar we hebben wel genoten van onze dag.

 

Please follow and like us:

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.