Alweer een nieuwe rijstveldwandeling! Super! Ubud.

De dag begint zonnig na alle regen van de afgelopen weken. De grauwe luchten zijn verdwenen, de zon piept door de wolken. We gaan naar de omgeving van Ubud, waar we via een tip van vrienden een nieuw wandelpad gaan ontdekken. Als we door Ubud rijden wil het stuur van de auto opeens linksaf. We volgen gedwee en zie daar, we stoppen bij Cafe Wayan in de Monkey Forest road. Aha, eerst de inwendige mens versterken. We parkeren de auto en kunnen de verleiding niet weerstaan. De death by chocolate cake moet er aan geloven. Mjammie, dat is al eeen poos geleden dat die lekkernij op ons bordje lag (maar goed ook gezien de calorieën). Cafe Wayan blijft een prachtig restaurant met alle zitjes in de tuin.

We overleven het opeten van de death by chocolate cake en rijden noordwaarts. Bij het paleis is het druk. Er staat en grote crematieoptocht klaar met crematietoren en stier. We hebben al een aantal malen gekeken bij deze ceremonie en besluiten door te rijden. Ik lees later dat het een bijzondere crematie zal zijn van een niet Balinese vrouw. Nelly Sukawati krijgt een koninklijke crematie, ze is meer dan 60 jaar getrouwd geweest met een Balinese prins. http://ubudnowandthen.com/royal-farewell-nelly-sukawati/

We rijden binnendoor naar Petulu, vooral rond schemertijd is dit dorp een toeristische trekpleister. Er wordt tegen schemer entree gevraagd voor het binnen rijden. Overdag mag je “gratis” doorrijden. De witte reigers, Kokokans, komen terug uit de rijstvelden om ‘s nachts te rusten in de bomen van het dorp. Maar ook overdag blijken er talloze reigers in de bomen te zitten. Anjo gaat met gevaar voor eigen leven op fototoer. Leo blijft wijselijk in de auto zitten. Die weet van een aantal jaren geleden nog hoe het voelt om onder gescheten te worden door al die reigers. Het stinkt er af en toe vreselijk naar alle uitwerpselen. Er worden wat mooie plaatjes geschoten. Anjo blijft schoon en de auto wonder boven wonder ook. We hadden niet verwacht dat er overdag ook zoveel reigers zouden zitten.

De smalle binnenwegen leiden ons naar het doel van onze trip. Subak Sukabayu. Sinds 25 januari 2017 is dit wandelpad geopend voor publiek. We parkeren de auto. Bij de ingang staat een box waar je een donatie in doet. De subak mannen proberen ons nog een leuke hoed van bananenblad aan te praten, maar die laten we voor wat het is. Die zijn voor de “echte” toeristen.

Het pad, twee kilometer lang voert door de sawah’s. Onderweg hebben we een praatje met iemand die de subak (waterkanaal) onderhoudt. Het moet hier naturel blijven en schoon vertelt hij. De man vist al het afval uit de kanalen en overal staan afvalmanden en emmers. Laten we hopen dat dit ook daadwerkelijk zo blijft. Het is werkelijk een prachtig pad en het uitzicht over de sawah’s en terrassen is weids en groen. In het midden is een soort van toeristische trekpleiser: de selfiespot. Voor 10.000 rupiah mag je op de vlonder staan om foto’s te maken.

Bij de selfiespot is ook een tempat pacaran, een plaats voor verliefde stellen. Met een knipoog staan er borden bij wat hier wel en niet mag. Je mag als verliefde jongeling niet in de borsten van je vriendin knijpen. En er is ook AC (airco) om af te koelen van de hitsigheid (lees; de wind). Er hangen schommels en verliefde stelletjes strijken neer.

Het is inmiddels twaalf uur en de werksters in de rijstvelden doen hun schoonheidsslaapje.

Je kunt aan het eind van de route ervoor kiezen om via de weg terug te lopen. Wij vinden het echter leuker om het pad weer terug te lopen. We gunnen Pak Wayan wat inkomen en drinken wat bij hem. We keuvelen wat. De rijstboeren komen een kelapa muda (jonge kokosnoot) bij hem halen. Snel terug komen hoor zegt hij bij het afscheid. Dat gaan we zeker doen. We zullen hier vast nog wel eens terugkomen om de benen te strekken in dit prachtige stuk Bali.

Please follow and like us:

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.